De rituele dans tussen ambtenaar en hulpverlener

Het verschil tussen ambtenaren en hulpverleners is dat de één beleid bedenkt en de ander beleid uitvoert. De één denkt na over doelgroepen en schrijft aan de hand van statistieken en wetenschappelijke artikelen, probleemanalyses. Terwijl de ander de praktijk bezoekt, het dagelijkse leven inventariseert en het individu in beeld brengt. Het zijn dezelfde doelen maar verschillende aanvliegroutes.  De rituele dans tussen ambtenaar en hulpverlener is in zijn allerbeste uitvoering een benedictie.  Al kan deze dans pas echt bejubeld worden wanneer in de aanloop naar het eindresultaat veelvuldig op elkaars tenen is gestaan.  Uiteindelijk zijn verwijtende blikken nodig net als volharding en pijnlijke grimassen om samen een prestatie te leveren.

En dat gaat vaak mis.

Afhankelijk van de maatschappelijke of bestuurlijke opdracht zal de ambtenaar de hulpverlener  aanmoedigen om open te staan voor zijn methoden en invalshoeken.  Dwangmatig zal hij zijn ideeën bij haar introduceren en zal hij zijn theoretische aanpak op basis van statistische gegevens aan haar voordragen.  Hij zal haar praktijk protocolleren en digitale instrumenten inzetten om haar te beheersen.  Zij zal slikken. Haar ongeletterde idealisme zal  keer op keer verbrijzelen onder zijn impregneerde pragmatisme.  Misschien ook wel omdat hij haar vooraf een weergaloze PowerPoint wist te gegeven.  Of omdat zijn beamer tijdens zijn doodsaaie presentatie een heimelijke ruis niet kon onderdrukken. Hoe dan ook,  telkens wanneer hij haar ordinair en opdringerig implementeert, verlangt zij weemoedig terug naar een vervlogen tijd waarin ze nog echt mocht hulp verlenen.

Zijn monotone betoog over het vinden van een draagvlak brengt die van haar onrustig aan het wiebelen. Niet nog meer registratie!

Zij weet als geen ander, dat om zonder oordeel te kunnen luisteren, je moet kunnen aanvoelen op welk moment je een vraag wél of beter niet kunt stellen. Dat protocolleer je niet.  Om een geneeskrachtig klimaat te creëren waarin gekwelde zielen kunnen herstellen heb je geduld nodig, en moet je soms lange stiltes kunnen laten. Dat zie je niet terug in statistieken.  Om een goed gesprek af te breken omdat woorden soms te pijnlijk zijn.  Omdat praten heus niet altijd helpt, zoals het vloeien van tranen geen verdriet weg zal nemen.  Daar past geen wetenschappelijke benadering.

Want wie iets over het seksleven, de financiën, of de woedeuitbarstingen van zijn cliënt wil weten. Of wie wil weten wat zij voelde toen haar vader boven op haar lag. Wie wil weten welk beeld de vluchteling  tussen zijn tranen door maar niet van zijn netvlies af kan krijgen.  En wie wil weten wat de hongerende moeder dacht toen ze naast een brood óók een flesje parfum voor zichzelf stal. Die heeft niets aan de implementatiedrift van ambtenaren. Echt helemaal niets.

En wie wil weten hoe het voor een kind is om in een nieuw samengesteld gezin te wonen met mensen die je haat, of hoe het is om te zijn afgesloten van elektra om op het schoolplein te horen dat je stinkt. En wie wil weten wat er door het hoofd van de zwarte jongen heen ging toen hij wél en zijn witte vriend niet werd aangehouden. Wie met een uitgeputte alleenstaande moeder van zes kinderen wil praten over haar opvoedstijl, of wie wil weten hoe het voor een verwarde oude man moet voelen om door zijn kleinzoon financieel te worden uitgebuit, die moet gewoon van goede huize komen. Die belt niet op.  Die gaat langs.

Dus ziet ze het ineens.

De arme drommel weet niet waarover hij spreekt!  De woorden die hij eerder gelijkmatig en overtuigend uit zijn mond liet rollen hadden onderweg hun betekenis verloren.  Het kán in zijn beroepspraktijk helemaal nooit gaan over liefde. Omdat liefde niet in statistiek is af te meten.  Liefde laat zich niet wetenschappelijk registreren. Evenals toewijding, compassie en empathie. In al zijn beleidsstukken valt het woord niet één keer. Liefde!

Zijn werkelijkheid is irreëel.  Daarom spreekt hij over islamieten in cijfers en statistieken, zonder er zelf met één vriendschap te hebben.  En spreekt hij  over vrouwenhandel zonder te voelen hoe het is om diep en ruw door het patriarchaat gepenetreerd te worden.  Troost, liefde en knuffelen.  Hechten, kroelen, aaien, friemelen.  Het zijn woorden die, als het aan hem ligt, nooit en in geen enkel behandelplan worden genoemd.  Vooral niet in die van kinderen omdat het niet meetbaar is. Omdat het geen doelen zijn die kunnen worden gehaald.

Daarom bestaan er in de Jeughulpverlening ook geen statistieken van ouders die in 2018 meer van hun kinderen zijn gaan houden.  Al meten we hun boosheid wél.

Dus besloot ze om hem nu maar eens naar háár te laten luisteren.

‘Pak mijn hand, schlemiel’, fluisterde ze zacht. ‘Laten we dansen, jij en ik’.

‘..Alleen zal ik ons dit maal leiden’.

6 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Anoniem schreef:

    Soms wil ik je voordragen voor een prijs, een Nobel prijs… en dat wil ik nu weer…

    Liked by 1 persoon

  2. Anoniem schreef:

    hierboven staat anoniem … maar dat wil ik niet zijn. Ik heet Herman Zweye.

    Liked by 1 persoon

    1. sylviawitte schreef:

      Dankjewel Herman:) ❤

      Like

  3. Kees schreef:

    Erg mooi geschreven

    Liked by 1 persoon

  4. A van staalduinen schreef:

    Mooi verwoord

    Like

  5. Dirk schreef:

    Mooi en herkenbaar. Tussen beleid en realiteit zit de rauwe werkelijkheid.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s